ADHD-coaching

coaching voor volwassenen

Tekstvak: Achtergrond informatie over onderzoek naar de effecten van neurofeedback 
bij ADHD en specifieke leerstoornissen
Tekstvak: ABC coaching en Reïntegratie  is aangesloten bij PAINT, de beroepsorganisatie van Neurofeedback Therapeuten in Nederland. 
Klachtenregeling en privacy reglement zijn via de beroepsvereniging op te vragen door een mail te sturen naar                    info@abc-coaching.nl

ADHD en specifieke leerstoornissen

ADHD (de aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit) wordt gekenmerkt door impulsiviteit, hyperactiviteit en afleidbaarheid. De symptomen hiervan kunnen in gevarieerde en wisselende hevigheid aanwezig zijn. Zo is het bijvoorbeeld niet altijd noodzakelijk dat hyperactiviteit een noodzakelijke voorwaarde is als ADHD als diagnose gesteld wordt. ADHD is geen ziekte. Er bestaat hiervoor geen eenvoudige diagnostische test. De diagnose wordt gesteld op grond van onderzoek naar de ernst van de symptomen op verschillende beoordelingsschalen.
Over het algemeen is ADHD een erfelijke stoornis, die kan verergeren ten gevolge van lichte hersenbeschadiging; bijvoorbeeld op grond van een hersenschudding, of een geboorte trauma. Ook kunnen emotionele trauma’s
, dieetfactoren en/of slaaptekorten hiertoe bijdragen.

Specifieke leerstoornissen zijn verwant aan ADHD maar niet hetzelfde en dus onderscheidbaar. Het zijn verschillende stoornissen in de sensorische perceptie, in bepaalde mentale processen en in uitvoerende functies zoals de spraak. Alhoewel de medicamenteuze behandeling van ADHD meer en meer standaard is geworden en dit in heel veel gevallen goed aanslaat is deze vorm van interventie niet bepaald effectief of zelfs ineffectief ten aanzien van bestaande specifieke leerstoornissen en andere vaardigheidstekorten.

Neurofeedback en de symptomen bij ADHD
Neurofeedback (ook wel EEG-Biofeedback genoemd) is wel effectief gebleken bij zowel ADHD als bij specifieke leerstoornissen. Ook is het gehanteerde behandelingsprotocol binnen de behandeling met neurofeedback in de meeste gevallen identiek.
Eén en hetzelfde neurofeedback-behandelingsprotocol kan daardoor effectief zijn bij zowel ADHD als specifieke leerstoornissen.
Als we ADHD nader bekijken is datgene wat opvalt de enorm grote gevarieerdheid in gedragskenmerken en symptomen. M.a.w. de “aandoening” is feitelijk naar een samenraapsel van kenmerken.

Ter verduidelijking;
• Kinderen met ADHD hebben nogal eens slaapproblemen.
• Ze kunnen langer dan andere kinderen last hebben van nachtelijk bedplassen.
• Ze kunnen last hebben van inslaapangst(en) zodat ze niet (alleen) op een eigen kamer(tje) de slaap kunnen vatten.
• Ze kunnen last hebben van nachtmerries.
• Het kunnen slaapwandelaars zijn of last hebben van praten in hun slaap.
• Ook komt het voor dat ze tandenknarsen terwijl ze slapen.

Daar bovenop kunnen ze problemen hebben met:
• herhaalde en veel voorkomende hoofdpijnklachten.
• Ook komen problemen met het immuunsysteem voor.
• De kinderen hebben meer en vaker dan anderen last van kinderziektes.
• Ze hebben herhaald meer en vaker last van oorontstekingen.
• Dit alles wijst op een minder goed werkend immuunsysteem.
• Weer anderen hebben een gevarieerdheid aan allergieën wat weer wijst op een overactief responspatroon van het immuunsysteem.

Hiermee kunnen samengaan:
• stemmingsstoornissen zoals angst of depressie,
• of meer ernstige gedragsafwijkingen zoals oppositioneel-opstandig gedrag en/of andere gedragsstoornissen.
• Ook kunnen deze kinderen obsessief-compulsief gedrag vertonen en of motorische en verbale tics hebben.
• Ook kunnen ze gevoelig zijn voor bepaalde voedingsstoffen; zoals bijvoorbeeld suiker.
• Als ze ouder worden lopen ze meer kans dan anderen om in aanraking gekomen met allerlei illegale drugs, met justitie of zelfs zelfmoordneigingen ontwikkelen.
• Zoals al eerder is opgemerkt vertonen ADHD kinderen meer dan anderen specifieke leerstoornissen.

Dit alles valt pas op als op deze (overkoepelende) manier naar de meest opvallende eigenschappen en kenmerken van ADHD gekeken wordt. En dan hebben we hierbij nog niet eens specifiek de aandachttekort stoornis en hyperactiviteit als symptomen genoemd.

Er zijn meer grillige en onduidelijke factoren. Zo wisselen de symptomen van dag op dag, maand op maand en jaar op jaar. Huiswerk dat de ene keer zonder noemenswaardige problemen wordt gemaakt veroorzaakt op een ander moment juist de grootst mogelijke problemen. De prestaties op school kunnen erg grillig en wisselend zijn en het gedrag is aan sterke variaties onderhevig. Het gedrag kan zelfs sterk wisselen binnen een korte periode. Dit wordt duidelijk als ADHD-kinderen getest worden op volgehouden aandacht (sustained attention).
De positieve resultaten die behaald worden met neurofeedback laat naar onze mening wel zien dat al deze
problemen op een andere manier met elkaar verband moeten houden en aan elkaar gerelateerd zijn.
Als één hetzelfde behandelingsprotocol effectief is bij duidelijk verschillende problemen zoals slaapstoornissen, hoofdpijn, aandachtstekorten, leesstoornissen, en temperament problemen binnen hetzelfde kind, dan ligt het voor de hand te denken het al deze zaken op zijn minst ‘iets’ gezamenlijks hebben. Wij zijn ervan overtuigd dat het EEG (elektroëncefalogram; hersenfilmpje) bij deze kinderen in ieder geval in die richting wijst.

EEG-eigenschappen bij kinderen met ADHD en specifieke leerstoornissen
De amplitude van het EEG is bij ADHD kinderen hoger dan bij anderen. Vooral in de lagere frequenties in het EEG dit het geval. Een dergelijk EEG-patroon wordt normaal gesproken meer gezien tijdens het slapen en tijdens het dromen dan dat dit past een mentaal heldere en aandachtige toestand. De hersenactiviteit is dus op een bepaalde manier ontregeld. Het verschil in het EEG tussen ADHD en niet-ADHD volwassenen wordt eveneens gevonden in de lagere frequenties. Normaal gesproken nemen de lagere frequenties geleidelijk aan af als het kind ouder wordt, en als de diepere hersendelen de hersenschors meer en
meer leren te stabiliseren en reguleren. M.a.w. het EEG van een ADHD kind lijk watt op het EEG van een kind met een lagere kalenderleeftijd. Ongelukkigerwijs komt het EEG bij ADHD dus blijkbaar niet op de normale manier tot rijping en ouderdom. De symptomen lijken daardoor veroorzaakt te worden als een symptoom van een niet goed/optimaal gereguleerd EEG; en daarmee de functies van de hersenen. Dit in combinatie met alle andere individuele eigenschappen van het kind. Alles bij elkaar kan dit zijn basis weer vinden in een genetische (erfelijke) oorsprong van het kind is en allerlei trauma's die het kind wellicht heeft doorgemaakt.
De ontregeling is in het EEG wordt op meerdere plekken op de hersenschors waargenomen. De specifieke zwakten (minder uitgesproken kenmerken) en problemen die geuit worden in het gedrag vinden hun oorsprong ook binnen verschillende specifieke hersendelen.

Een vergelijking maken
Bovenstaande uitleg is misschien niet al te duidelijk. Laten we eens de vergelijking met een tyfoon of tsunami maken.

• Om te weten waar de mensen bij zo'n ramp precies hulp nodig hebben is het van belang om te weten wat precies de locatie is waar de tyfoon of tsunami heeft huisgehouden (waar het EEG hoog gevolteerd is).
• Ook dienen we te weten welke eilanden de grootste kans maken te overstromen door een mogelijke vloedgolf (welke functies bij het kind het eerst of meest gemakkelijk verstoord kunnen raken).
Met andere woorden: er dienen zowel geografische gegevens als gegevens
over het weer beschikbaar te zijn voor een juiste inschatting van de te verlenen hulp.
Het EEG toont ons 'het actuele weerbericht’ van het kind. De symptomen wijzen ons naar de plaats(en) en leveren ons de geografische gegevens op grond van de beschikbare kennis over de hersenen en de diverse hersenfuncties.
Een kind met een dergelijk ‘weerspannig’ EEG kan spraak- of handschriftproblemen hebben, en ander kind kan last hebben van een ongecontroleerd temperament (zoals woede-uitbarstingen). Daarnaast worden er echter ook absoluut niet- of onduidelijk gerelateerde problemen gezien bij kinderen met een onregelmatig of verstoord EEG.
Door middel
van Neurofeedback wordt het kind geleerd om een dergelijke ”storm” in het brein onder controle te krijgen. Dit leidt dan weer tot een verbetering van de diverse klachten. Dat is wat we zien gebeuren.

Neurofeedback
Tijdens de neurofeedback sessies wordt er allerlei (begrijpbare) informatie aan het kind verstrekt om te laten zien wat er gebeurt met de elektrische activiteit van de hersenschors (het EEG). Het kind merkt daardoor dat zijn hersenactiviteit ‘niet zo goed is’ en gaat proberen dit onder controle te krijgen. Geleidelijk aan is het kind hiertoe meer en meer in staat.
Wanneer dit gebeurd kan er bijvoorbeeld al relatief snel een verbetering optreden in de slaap. Ook kan het aanhoudende bedplassen daardoor gaan verminderen of stoppen. Hoofdpijnklachten, indien aanwezig, kunnen afnemen of geheel verdwijnen. Ook kunnen de sterke temperamentwisselingen afnemen of verdwijnen
. Het lezen kan beter gaan, het luisteren kan verbeteren, en of het gedrag op school kan minder verstorend, en dus meer aangepast, verlopen. Alles bij elkaar zorgt dit ervoor dat de schoolresultaten soms zoals drastisch kunnen verbeteren. Het handschrift kan zorgvuldiger en netter worden. De spraak kan verbeteren. In bepaalde gevallen is er echter sprake van andere specifieke factoren die verantwoordelijk blijken te zijn voor de stoornis. Dan wordt geleidelijk aan duidelijk dat met neurofeedback geen effectieve hulp geboden kan worden.
Als de specifieke symptomen veroorzaakt worden als uiting van de onregelmatigheden in de activiteit van de hersenschors dan
zijn we hiertoe wel in staat. Op het moment dat de hersenen hebben geleerd om zichzelf beter te reguleren dan wordt deze (nieuwe) eigenschap door het brein ook gebruikt en ingezet. Dit net zo als bij ‘gezonde’ kinderen waar de hersenen als vanzelfsprekend al doen. Over het algemeen kan gesteld worden dat slechts nieuwe trauma's (fysiek of emotioneel) de behandeling met neurofeedback negatief beïnvloeden.

Symptomatische veranderingen door neurofeedback
Naast de veranderingen in de symptomen op neurofeedback kunnen door middel van psychologische testen waarmee de cognitieve functies en intelligentie gemeten worden om de verbeteringen en veranderingen in kaart te brengen. De resultaten van dergelijke testen uitgevoerd met (bijvoorbeeld) de “Wechsler Intelligence Scale-Revised™” (WISC-R™) worden weergegeven in figuur 1. Het betreft hier de resultaten van 15 kinderen die behandeld werden met neurofeedback.
De testen worden steeds afgenomen door een onafhankelijk werkend klinisch psycholoog. De laagst scorende categorieën in de test, die voorafging aan de neurofeedback behandeling, hebben te maken met aandacht (attentie) en elkaar opvolgende (sequentiële) processen: rekenen, coderen, informatie en
cijferspanne. Al deze categorieën tonen een duidelijke verbeteringen. De gemiddelde toename in de gemeten IQ-punten is 23. Wij nemen niet aan dat de kinderen op een andere manier ‘slimmer’ gemaakt worden. Wat er wel gebeurt, is eenvoudig dat de altijd al aanwezige mentale capaciteit meer toegankelijk en gebruiksklaar wordt.

Figuur 1



Figuur 1.
Het resultaat van intelligentietest en met de Intelligence Scale-Revised™ (WISC-R™) van 15 kinderen met een neurofeedback behandeling in een klinische studie.
De testen worden onafhankelijk uitgevoerd. De gemiddelde scores worden weergegeven. De gemiddelde IQ score vóór de neurofeedback is 114; de score na de neurofeedback is gemiddeld 137.

Bij specifieke leerstoornissen worden verbeteringen gezien die optreden in de visuele retentie en die kan worden gemeten met de “Benton Visual Retention Test™” zoals de zien is in figuur 2. Slechts 14 van de proefpersonen uit de groep (van 15) werden hiermee getest. Binnen deze groep zitten 6 kinderen die beginnen met een gemiddelde of lagere test-score voorafgaand aan de neurofeedback en na de behandeling scoren in de superieure (hoge) regio. Zes anderen toonden een significante verbetering. Twee kinderen werden als superieur beoordeeld zowel voor als na neurofeedback. Hierdoor scoorden alle 12 de kinderen, waarvan visuele attentie een probleem was, beter na de behandeling met neurofeedback. Het feit dat de auditieve pretentie eveneens was verbeterd werd al aangetoond met de “Digit Span” een sub-test uit de WISC-R™. De neurofeedback behandeling lijkt de daarnaast een doorbraak te betekenen in de lees- en rekenvaardigheden bij een aantal kinderen. Een aantal van hen scoort duidelijk hoger in lees- en rekenvaardigheid wat werd gemeten met de “Wide Range Achievement Test™” (WRAT™).

Figuur 2.
De resultaten van de Benton Visual Retention Test™ voor en na neurofeedback.
Bij 9 van de 12 kinderen worden grote verbeteringen waargenomen.

Daarnaast zijn ze in staat gebleken om tot verbeteringen te komen op de fijn motorische vaardigheden d.m.v. de subtest uit de “Harris Test Of Lateral Dominance™”. En inderdaad toonden drie van de vijtien kinderen een meer dan 100% verbetering op deze test na neurofeedback. Anderen die slechts geringe verbeteringen lieten zien zijn hadden waarschijnlijk geen of minder problemen op dit gebied. De mediaan van de verbetering in de score ligt op 40%. Er werd tevens een significante verandering in de ratio van de linker- en rechterhand in de performance waargenomen. Dit is te zien in figuur 3. Voorafgaand aan de behandeling varieerde de ratio tussen de linker- en rechterhand sterk. Na de behandeling is er zowel een kleine piek voor de typisch rechtshandigen als een kleine piek voor de linkshandigen met duidelijk minder gemixte dominantie. Misschien zijn deze resultaten wel de meest opvallende en het meest directe bewijs dat neurologische functies kunnen veranderen d.m.v. neurofeedback. Wie verwacht er nu veranderingen in handvaardigheid bij kinderen die meerdere uren voor een soort ‘videospelletjes’ (computerscherm) zitten zonder dat ze de handen gebruiken? Alleen de hersenen worden tijdens neurofeedback gebruikt!



Figuur 3.
De rechts-links ratio ten aanzien van de tapping performance voor en na neurofeedback.
De ratio torenhoge spreiding voor de behandeling. Na de behandeling is er een terugval van aanzien van de gemixte dominantie en, wat kiekjes voor zowel bij links- als rechtshandigen.
De veranderingen in de lateralisatie wordt gezien als bewijs voor de behandeling van kleine neurologische tekorten.


De lange termijn effecten van neurofeedback
Enkele maanden na de behandeling werd een zogenaamd follow-up onderzoek verricht via de ouders van de kinderen uit de onderzoeksgroep. We lieten de ouders een plusteken (“+”) plaatsen bij iedere categorie waarbij na de inmiddels verstreken tijd nog steeds significante verbeteringen gezien werden bij het kind. De ouders plaatsten een minteken (“-“) bij elke categorie waar dit niet het geval was. Daarnaast lieten we de ouders een dubbel plusteken (“++”) plaatsen bij die categorieën waar de veranderingen opvallend positief waren. Tenslotte werden alle plussen en minnen werden opgeteld. De resultaten hiervan worden weergegeven in figuur 4. De meest
opvallende verbetering wordt gezien in het zelfvertrouwen bij het kind. Opmerkelijk is dat dit nu net een categorie is waarover we bij de ouders géén navraag deden! Het bleek iets te zijn wat de ouders vanuit zichzelf te melden hadden! Eveneens opvallend is dat het de meest algemene bevinding van de ouders bleek te zijn. De kinderen zijn dan dus trotser op zichzelf dan ze ooit eerder geweest waren. Ze beseffen dat ze meer controle over zichzelf hebben gekregen. Ze voelen zich beter over zichzelf omdat ze daar een reden toe hebben, en waarschijnlijk vooral omdat ze dit zelf hebben bereikt!

Figuur 4.
De followup evaluatie door de ouders zes tot negen maanden na beëindiging van de neurofeedback behandeling. Positieve scores betekenen verbeteringen; 19 scores betekenen dat het probleem niet is veranderd.

De resultaten laten ook zien dat eerder bestaande slaapproblemen zijn verbeterd, en dat hoofdpijnklachten verminderden. We verdeelden de categorieën in twee groepen; zie figuur 4. Groep B toont de categorieën waar toch nog wat opvallende problemen bleven bestaan. Deze hebben betrekking op specifieke vaardigheden en gedragsproblemen. Ondanks het feit dat neurofeedback de kinderen op een beter niveau van mogelijkheden en zelfcontrole bracht blijken verschillende kinderen dus nog op een aanvullende manier voordeel te kunnen halen uit toegevoegde opleidingsprogramma’s of privé les om beter te gaan scoren op bepaalde schoolse vaardigheden. Ten aanzien van het gedrag is duidelijk dat er in gevallen dus meer nodig dan zijn dan alleen neurofeedback. Veel van de kinderen bevinden zich in lastig te noemen familiaire omstandigheden en er kan toegevoegd aan de neurofeedback veel extra voordeel behaald worden als ook een vorm van bijvoorbeeld gezinstherapie wordt toegepast. Ondanks dat lijkt neurofeedback effectief te zijn op de neurologische dimensies (oorsprong) van veel leer- en gedragsproblemen.
Neurofeedback zorgt daardoor voor een gedegen uitgangspunt of basis voor te behalen successen op de meer conventionele therapeutische mogelijkheden. Het onderzoek via de ouders bevestigde daarnaast verbeteringen in schoolprestaties.

Samenvatting
Het bovenstaande in vogelvlucht bekijkend geeft ons een helder en duidelijk beeld. Veel problemen bij kinderen (t.a.v. leren, gedrag of aandacht) kunnen het gevolg zijn van ontwikkelingsstoornissen of onvermogen van de hersenen om zichzelf te controleren en/of reguleren. De stoornissen zijn functioneel van aard, maar vinden duidelijk wel hun oorsprong in een bepaalde (moeilijk te pin-pointen) organische zwakte. Het probleem ligt dus duidelijk niet in het feit dat het kind niet ‘wil’ of zou willen!
Als de hersenen d.m.v. neurofeedback geholpen worden om het functioneren daarvan beter te ordenen, mag verwacht worden dat een
breed scala van symptomen kan of zal verbeteren. De resultaten van dit onderzoek zijn erg hoopgevend en menswaardig, want hoe afwijkender het gedrag van een kind is des te meer kans er bestaat dat we te maken hebben met hersenenfuncties stoornissen en niet met een ‘eigenzinnig’ of ‘weerbarstig’ kind. Neurofeedback geeft ze de kracht om het deze problemen om te gaan op grond van de kind eigen vaardigheden en met een minimum aan frustratie.

Het hier vertaalde gezichtspunt onderscheid zich van de meer conventionele gezichtspunten. Dit komt omdat de “harde en zakelijke wereld” meestal extreem ‘heldere’ en vooral eenvoudige zwart/wit antwoorden wenst terwijl we in werkelijkheid te maken hebben met een meer genuanceerd grijs.
• De kinderarts moet beslissingen maken over wat te doen met medicatie: ja of nee.
• De (Amerikaanse) verzekeringsmaatschappijen willen weten of men heen diagnose dient te stellen: ja of nee.
• De school moet een beslissing maken over speciaal onderwijs: ja of nee.
Hierdoor hebben allerlei betrokkenen te maken met bepaalde te geven zwart/wit antwoorden. Daarnaast wordt
op grond van een gestelde diagnose vaak de indruk gewekt dat bepaalt ‘meedogenloos’ en ‘zonder medelijden’ iets ‘definitiefs’ is vastgesteld. Het is alsof er tegen het kind wordt gezegd: "Dit is wat je bent!”.
De resultaten behaald met neurofeedback laten zien dat kinderen niet het slachtoffer hoeven te zijn van een eenmaal gestelde diagnose.
Er is echt veel wat ze wèl zelf kunnen. Hetzelfde geldt voor diegenen waarbij niet op een heldere manier een diagnose ADHD of specifieke leerstoornissen (LD) gesteld kan worden maar desondanks gehinderd worden door allerlei problemen die wel in die richting wijzen.


Bron: Siegfried Otmer, PhD, en Susan F. Otmer, B.A. (oktober 1992